Ontvang een gratis set OK-kaarten
Kindcentrum als sleutel?!

Preventie is de sleutel?!’ Kinderen moeten zo jong mogelijk in contact komen met pedagogische professionals’. Zo luidde één van de drie stellingen bij het eerste Vlietkinderendebat in Leidschendam-Voorburg.

Bevlogen directeur/ bestuurder van Vlietkinderen, Tine Oudshoorn, vroeg me of ik samen met Krijn van Putten (clusterdirecteur van Lucas Onderwijs) en Marije Magito (directeur van het Jonge Kind Centrum) in debat wilde gaan over deze stelling. En hoewel debatteren niet direct binnen mijn comfortzone ligt – we zetten onze klanten vooral aan tot dialoog – wist ik direct dat ik hier graag mijn bijdrage aan wilde leveren. Want een debat als deze moet uiteindelijk, net als een dialoog, leiden tot actie en verbetering om jonge kinderen nog beter te kunnen begeleiden in hun ontwikkeling. Een belangrijke doelstelling die we vanuit Onderwijs & Ko nastreven.

Ons standpunt zo overtuigend mogelijk verdedigen, zoals dat bij een debat gebruikelijk is, bleek niet nodig. Onze argumenten stonden niet lijnrecht tegenover elkaar, maar vulden elkaar precies aan.

De eerste 1000 dagen
Uit recent onderzoek van Tessa Roseboom, hoogleraar Vroege ontwikkeling en gezondheid van de UvA, weten we dat de eerste 1000 dagen van het leven van een kind heel belangrijk zijn. Daar wordt de basis gelegd voor de toekomst. In deze periode investeren is dus heel belangrijk. We moeten zorgen voor een basis waarin we kinderen en ouders optimaal kunnen ondersteunen. Dat gaat voor mij verder dan vroegsignalering van mogelijke problemen. Want is het niet juist belangrijk om ieder kind een dusdanig rijke ontwikkelomgeving te bieden die voorkomt dat er problemen ontstaan?

Kindcentra als basisvoorzieningen in de wijk
Het ontwikkelen van kindcentra als basisvoorziening voor jonge kinderen in de wijk biedt de mogelijkheid om samen die belangrijke basis te leggen. Als onderwijs en kinderopvang hun aanbod gaan integreren is één en één drie. De zorg en begeleiding rond het jonge kind is nu nog veel te veel versnippert. Je ziet dat het systeem rond het jonge kind steeds meer gaat knellen. Het wordt hoog tijd dat we met elkaar de verantwoordelijkheid nemen om samen het kind als uitgangspunt te nemen. Als we uitgaan van de vraag: ‘Wat hebben kinderen nodig om zich optimaal te ontwikkelen?’ dan moeten we het anders gaan organiseren.

Samen doen, logisch maar niet makkelijk
In onze werkpraktijk merken we dat iedereen weet dat het samen moet. Maar dit blijkt ook ingewikkeld te zijn. Het betekent dat je moet loslaten wat je gewend bent te doen. Het betekent dat je anderen moet toelaten in jouw wereld. Dat is niet eenvoudig. Maar als je echt met elkaar in gesprek gaat over wat een kind nodig heeft, dan is de conclusie snel getrokken: we moeten het samen doen, kinderopvang, onderwijs, zorg en welzijn, sport en cultuur én bovenal samen met ouders.

Ouders betrekken
Een van de vragen in het debat was: ’Hoe bereiken en betrekken we ouders vroegtijdig bij de ontwikkeling van hun kinderen?’ Eigenlijk best een bijzondere vraag. Ouders zijn toch de eerste en belangrijkste opvoeders van het kind? Zij kennen hun kind het beste. Zij zijn de deskundigen als het gaat om hun eigen kind. Vanuit die wetenschap moeten we ouders veel serieuzer nemen. Met luizen pluizen, de schooltuin onderhouden of het begeleiden tijdens een excursie zetten we ouders in de rol van hulp, terwijl we veel gelijkwaardiger moeten samenwerken. Ik krijg soms de indruk dat ouders worden beschouwd als lastig aanhangsel. Er wordt veel gesproken over de mondige en veeleisende ouder. ‘Ouders willen alleen het beste voor hun eigen kind’, wordt er dan gezegd. Ja, natuurlijk willen ze dat, het is hun eerste prioriteit, hun grootste goed. Dat kunnen we ze toch niet kwalijk nemen?

Er wordt veel nagedacht over hoe we ouders bij de opvang en de school kunnen betrekken. Ouderbetrokkenheid wordt dat genoemd. Maar is het niet juist andersom? Hoe kunnen wij, professionals, betrokken zijn bij hun kind? Het kind en zijn ouders en niet de organisatie en het systeem zouden leidend moeten zijn. Ik ben er van overtuigd dat ouders betrokken zijn, graag willen bijdragen en bereid zijn te investeren, als zij in hun rol als eerste opvoeder van hun kind serieuzer worden genomen. Hier is nog een hele weg te gaan.

Bijdragen aan betere ontwikkelkansen
En dat begint bij mooie initiatieven als het organiseren van het Vlietkinderendebat. Met elkaar nadenken over hoe we nog betere kansen kunnen creëren voor jonge kinderen. Over de grenzen van de eigen organisatie heen kijken en op zoek gaan naar de verbinding.

Dat debatteren buiten mijn comfortzone ligt, ben ik snel vergeten als ik op het podium sta. Het verlangen om betere ontwikkelkansen te realiseren voor ieder kind, voert de boventoon. Wat een voorrecht om vanuit Onderwijs & Ko organisaties te helpen om dat ‘samen’ vorm te geven.

 

Kennis en ervaring delen is een manier om van elkaar te leren. DEEL deze blog met mensen voor wie deze informatie waardevol is. En laat andere profiteren van jouw kennis en ervaringen door ze hieronder te delen.

Reageer

Uw e-mailadres zal niet worden gepubliceerd. Alle velden met * zijn verplicht